Westernbitten algemeen

Naast het Engelse rijden, kun je in de paardensport veel meer disciplines beoefenen. Enkele disciplines gebruiken andere soorten bitten, zoals het westernrijden.

Inleiding:
Het grootste verschil tussen westernrijden en het Engelse rijden, qua rijstijl, zit hem in het feit dat de westernruiter het paard van voor als het ware ‘los laat’ en alleen door middel van enkele grammen druk communiceert. Daar zijn de bitten ook op gebaseerd: het jonge paard en de beginnende ruiter rijden met trenzen (snaffles) en het oudere paard en ervaren ruiter met stangen (shanks). Ondanks dat de manier van rijden heel verschillend is van de Engelse manier, zijn er toch overeenkomsten: want beide ruiters willen een los, ontspannen paard, dat correct in balans loopt en daarnaast verzamelt in de achterhand. Ook hier leiden verschillende wegen naar Rome.

Werking:
De werking van de trenzen (snaffles) is hetzelfde als die van de Engelse trenzen. Het enige verschil zit in het materiaal en de dikte van het mondstuk. Als materiaal wordt voornamelijk sweet iron, RVS en koper gebruikt en het mondstuk is vaak smaller als de voorbereiding op de shank.

De stang (shank) werkt net als alle andere scharenbitten met hefboomwerking. Het mondstuk, materiaal van het mondstuk, de lengte en de vorm van de shank zijn zeer divers en uiteenlopend, maar de basisinwerking is echter weer gelijk aan die van de Engelse stang. Ook komt het voor dat de stangen in deze wereld soms heel raar gevormd kunnen zijn (S- of C-vormig), hoe dichter het punt van de teugel bij het mondstuk zit, hoe kleiner de hefboomwerking. Zo bestaan er dus de zogenaamde ‘fopstangen’, deze worden in de wedstrijdsport gebruikt als het paard wel verplicht op een stang gereden moet worden, maar waarbij de stang eigenlijk te zwaar is. Deze fopstang zorgt dan met zijn S- of C-boog voor een minimale hefboomwerking, waardoor de combinatie wel aan de eisen voldoet. Net als alle andere bitten met hefboomwerking, behoort ook de shank met een kinriem of kinketting gebruikt te worden.

Onderverdeling:
Westernbitten zijn nog verder te verdelen in 2 subcategorieën:
Snaffles
Shanks

Hoewel er ook bitloos wordt gereden, worden deze optomingen niet in dit hoofdstuk besproken, maar verderop (zie, bitloos).

Enkele termen I:
Schuimbeugel: Dit is als het ware een RVS verbindingsstuk dat men aan het einde van de scharen van onder andere liverpools, stangen en kandares vindt. De schuimbeugel is er voornamelijk voor om te voorkomen dat het paard in een meerspan met de leidsels van het paard ernaast in de knoop komt. Als bijkomend voordeel zorgt de schuimbeugel er ook voor dat lange scharen stabieler worden waardoor ruis in de communicatie vooorkomen wordt.

Pompwerking: Dit vindt men bij zowel de menbitten als bij de western shanks en kandares. Het houdt in dat het mondstuk, op de scharen zelf, nog op en keer kan bewegen (pompen/liften). Dit kan voor paarden uitnodigend zijn om met het mondstuk te spelen. Bij een subtiele leidsel/teugelvoering reageren paarden op een dergelijk bit heel goed. Als het bit zeer hoog wordt ingelegd, heeft het paard de speelmogelijkheden niet meer.

Enkele termen II:
Snaffle: Een snaffle is te vergelijken met de Engelse trens. Het jonge paard (of de beginnende ruiter) wordt hiermee getraind totdat het klaar is voor de shank. Een snaffle is net als de Engelse trens in vele uitvoeringen verkrijgbaar: enkelgebroken, dubbelgebroken, watertrens, D-trens. Het materiaal bestaat uit voornamelijk sweet iron. De Western wedstrijdsport is echter afwijkend van de Engelse wedstrijdsport, want bij daarbij mag de ruiter met een groot arsenaal aan trenzen starten, bij het westernrijden mag dit niet. Het westernpaard mag tot zijn 6e levensjaar (junior) uitgebracht worden met een snaffle, en daarna is het verplicht om het uit te brengen met een shank.

Shank: Een shank is westernbit met scharen (hefboomwerking) en bestaat in vele varianten, waarin het mondstuk, de lengte en de vorm van de scharen en het materiaal kunnen verschillen. In de wedstrijdsport is het verplicht om de seniorpaarden (vanaf 6 jaar) hiermee te starten, daarbij moet er met één hand gereden worden en mag de teugelhand niet gewisseld worden.

Shank-snaffle: Zo wordt ook wel een gebroken shank genoemd.

Babyshank: Dit is een shank met kleine scharen waarmee nauwelijks hefboomwerking vekregen kan worden. Ze worden veelal gebruikt als overstap van snaffle naar shank. Ze besaan in veel varianten en eigenlijk komen alle shanken met korte scharen in aanmerking voor deze benaming.

Reins: Voor de duidelijkheid heb ik het in dit hoofdstuk over teugels, maar de juiste term in de Western discipline is reins. De Engelse ruiter heeft twee teugels die door middel van een gesp tot één rondlopende teugel is gegespt: een westernruiter heeft echter twee losse teugels waarmee deze rijdt.

Curb strap en chain: Een curb strap is een kinriem en de chain is een kinketting. Bij het westernrijden is dit een leren, egale riem die minstens 1.3 cm breed moet zijn. Voor de duidelijkheid gebruik ik de termen kinriem- en of kinketting.

Onderdelen van de westernbitten:
SONY DSC

Teugelbevestiging:
De teugels (reins) worden bij de trenzen (snaffles) hetzelfde bevestigd als bij de Engelse trenzen. Afhankelijk van de hoeveelheid bevestigingsmogelijkheden aan de stangen (shanks) wordt daar één van de mogelijkheden gekozen om de teugels aan te bevestigen. Het is overigens niet de bedoeling om de shanks met dubbele reins te gebruiken. Onderstaande foto laat dus zien dat de teugel óf bij het mondstuk bevestigd kan worden óf aan de onderste ring, niet aan beiden tegelijk.

Bijschrift: Men wil nog wel eens gebruik maken van de bitring bij het mondstuk, bijvoorbeeld bij de overgang van snaffle naar shank. Dit is echter niet toegestaan op de wedstrijden.

Westernteugel