Wanneer past een bit?

Als eerste wil ik aangeven, hoewel ik vanuit hobbymatig oogpunt veel informatie heb opgedaan over paardenbitten, ik niet via het internet kan aangeven welk bit het beste bij je paard past. Als je twijfelt, dan raad ik aan om een specialist (bijvoorbeeld een paardentandarts) in te schakelen.


Net als een zadel perfect moet passen om gezondheidsproblemen te voorkomen, zo moet een bit ook perfect passen. Een slecht passend bit kan ervoor zorgen dat het paard gaat staken tijdens de arbeid en het kan er zelfs voor zorgen dat de mond zwaar wordt beschadigd.

Bitten zijn bedoeld als communicatiehulpmiddel tussen ruiter en paard. Wanneer een bit correct past en aansluit bij het niveau en de voorkeuren van paard én ruiter, pas dan zal het paard het bit accepteren en kan er een eerlijke samenwerking ontstaan. Een slecht passend bit kan ruis, ongemak en pijn veroorzaken en maakt het daarom onmogelijk om een goede samenwerking in de praktijk te brengen.

Via internet is het niet mogelijk om uit te leggen wanneer een bit goed past bij een paard. Bij twijfel is het daarom altijd verstandig om een deskundige op dit gebied te raadplegen. Zo bestaan er speciale paardenbitpasservices die aan huis komen.

Evengoed zijn er wel een paar richtlijnen waaraan gezien kan worden of een bit goed in de mond ligt.

Zo is het belangrijk dat het bit de juiste breedte heeft, anders ondervindt het paard hier hinder van. Zelf kan dit gecontroleerd worden door beide wijsvingers te plaatsen tussen de bitring en de wang. De vingers moeten er gemakkelijk tussen kunnen, te makkelijk betekent dat het bit te breed is.

Verder mag het bit niet te hoog of te laag in de mond hangen. Het moet precies daar op de lagen liggen, waar geen tanden of kiezen zitten en het spreekt voor zich dat het bit ook niet tegen de tanden en kiezen aan mag liggen. Daarnaast moet het paard zijn lippen mooi kunnen sluiten: wanneer dit niet het geval is, kan het bit te dik zijn.

Bij het uitzoeken van een bit moet je dus kijken naar de plaats van de mondhoeken in verhouding tot de lagen, de breedte van de mond tussen de mondhoeken, de vorm van het verhemelte en de breedte en dikte van de tong.

Er moet rekening gehouden worden met het feit dat er paarden zijn die anatomisch gezien geen bit kunnen dragen, voor deze paarden is bitloos rijden dan een optie. Bijvoorbeeld een paard dat een smalle mondspleet, een dikke tong en een laag gehemelte heeft.

Naast het feit dat een bit anatomisch gezien correct moet passen is het dus ook belangrijk dat het bit de juiste breedte en dikte heeft, van het juiste materiaal gemaakt is en voorzien is van correct gevormde bitringen.

Maar ook de rijervaring van de ruiter speelt een belangrijke rol; als de ruiter een onafhankelijke en correcte handhouding (lichaamshouding) heeft dan kan deze ruiter prima overweg met een bit dat onafhankelijk van elkaar werkende bithelften heeft (zoals Myler). Dit bit kan voor veel ruis zorgen als de ruiter nog geen onafhankelijke en correcte handhouding (en lichaamshouding) heeft.

Tot slot is het een kwestie van uitproberen welk bit het paard het fijnste vindt. Een ervaren deskundige mee laten kijken is absoluut geen overbodige luxe.

01