Kneveltrenzen

Kneveltrens2

Bitringen die staafjes hebben dwars op het mondstuk (knevels), zoals de kneveltrens, kunnen voor twee doeleinden handig zijn: voor het beleren van het jonge paard (door middel van zijdelingse druk op het paardenhoofd) of bij pittige paarden zodat voorkomen wordt dat het bit door de mond getrokken wordt, bijvoorbeeld bij springconcoursen. Voor welk doel het bit ook gebruikt wordt, de kneveltrens zorgt ervoor dat het bit rustig en stabiel in de paardenmond ligt, wat vaak gemist wordt bij bijvoorbeeld de watertrens.

Er zijn twee versies, namelijk een bit met aparte knevels of een bit waarbij de knevels geïntegreerd zijn in de bitring. Bij de eerste zie je een stangetje dwars op het mondstuk geplaatst met daarachter de ring (Fulmerkneveltrens). Bij de tweede variant lijkt het op een bustrens waarbij de ‘busjes’ verlengd zijn (gewone kneveltrens). Deze bestaat dan ook weer in een variant met halve knevels. De Fulmerkneveltrens zorgt ervoor dat de kracht per mm² wat meer aankomt in de paardenmond ten opzichte van de normale variant.

Tot slot kan er gebruik worden gemaakt van knevelriempjes. Dit zijn leren lusjes die de knevels vastzetten aan het bakstuk. Ze zorgen ervoor dat het bit nog stiller in de mond ligt, maar hebben als nadeel dat er meer druk ontstaat. Deze extra druk ontstaat doordat het mondstuk nu “vast” ligt in de paardenmond. Normaal gesproken, als de teugels worden aangenomen, zal het gebroken mondstuk van het gehemelte wegdraaien om zo druk te geven op de tong, de mondhoeken en de lagen. Als het mondstuk nu vast ligt, dan wordt het gehemelte er ook bij betrokken (net als bij de hangende trenzen).

Hieronder zie je voorbeelden van de kneveltrenzen, uiteraard zijn er nog veel meer (waar ik nog geen beeldmateriaal van heb).