De tong losmaken

Geplaatst op 27 november 2016
Auteur: Magda Kwanten
Beeldmateriaal: (Bovenste) zie bijbehorende bron, (middelste) Magda Kwanten Fotografie en (onderste) RZ Paardengebitsverzorging

Ik volg geruime tijd diverse paardentandartsen en bitfitters op Facebook en ik schrik er toch steeds van als er weer foto’s voorbij komen van beschadigde tongen als gevolg van verkeerd bitgebruik. Een deel zal vast veroorzaakt worden door onwetendheid maar bij een deel vraag ik mij af of de resultaten toch niet belangrijker zijn dan het paardenwelzijn. Hoe dan ook, ik zou jullie graag mee willen nemen naar de tong, de werking ervan en de relatie tot de bitten en belangrijker de bijbehorende ruiterhanden. 

Bron en een uitermate interessante website: www.mouthofthehorse.com.

Voordat we verder gaan, wijk ik eerst even uit naar de anatomie van de tong: De tong is een grote, sterke en flexibele spier die in de onderkaak tussen de kiezen en tanden in ligt. Ter hoogte van de lagen wordt de tong wat breder en zorgt zo voor een beschermend kussentje op de lagen. De tong zit vast aan het tongbeen (Latijns: hyoid) en deze is weer bevestigd aan de schedel. Het tongbeen staat in verbinding met o.a. de eerste halswervels, de tong en de schildklier. Ruth Brouwer (Osteopaat) heeft dit mooi samengevat als: “Als je het tongbeen voelt, voel je het hele paard”.  Welke een hele terechte opmerking is omdat de  achterzijde van het tongbeen in directe relatie staat met de spieren in de schouders, welke weer in verbinding staan met de spieren in de rest van het lichaam. Is er veel spierspanning aanwezig in de tong dan voel je dit vrijwel altijd terug in de rest van het lichaam (en vice versa). Ruth Brouwer heeft dit met mooie afbeeldingen verduidelijkt op haar blog.

Met inachtneming van bovenstaande lijkt het mij logisch dat we daar rekening mee houden als we een (nieuw) bit zoeken en tijdens het paardrijden/mennen zelf. Wanneer het paard namelijk het bit accepteert, zal het de spieren in de tong en omliggende gebieden ontspannen waardoor het bit rustig in de paardenmond komt te liggen. Daaropvolgend ontspannen de kaakspieren, de halsspieren, de bovenlijn en kan het paard duurzaam onder de ruiter of voor de wagen bewegen.

foto-04

Helaas zien we in de tegenwoordige tijd veel haastige spoed wat zelden goed doet. De tong wordt namelijk blootgesteld aan de mechanische krachten van het bit en bij slecht passende bitten of ruwe ruiterhanden zal het paard proberen de druk van het bit te ontwijken door het mondstuk op te tillen met zijn tong, de tong terug te trekken achter het bit of de tong over het bit heen te leggen (Manfredi et al. 2010). Manfredi en Clayton hebben deze bewegingen gevolgd tijdens een fluorscopie studie in 2010. Het was opvallend dat bovengenoemde bewegingen niet aan de buitenkant te zien waren. Pas zodra het paard daadwerkelijk het bit tussen de kiezen nam of de tong buiten boord gooide, werd het ongemak zichtbaar (al zou je het in alle gevallen zeker moeten voelen als ruiter/menner zijnde). Als dit ongemak maar lang genoeg doorgaat of als de ruiter besluit om de neusriem dan maar strakker aan te trekken, kan er serieuze schade ontstaan aan de tong. Veel onderzoeken hebben dit de laatste decennia nauwkeurig beschreven en onderzocht, de belangrijkste namen zijn daarbij  Bennett (2001), Casey et al. (2013) en Fenner et al. (2016) (de linkjes staan straks onderaan deze blog). En denk daarnaast aan alle talloze foto’s en video’s die in de media zijn verschenen. Ik kan nog tientallen onderzoeken en praktijkvoorbeelden noemen die het verband aantonen tussen slecht passende bitten/ruwe ruiterhanden en de tong, maar ik denk dat de essentie duidelijk is.

rz-paardengebitsverzorging-03

Het lijkt mij nu een mooie tijd om daar een ommekeer in te brengen. Het belang van objectieve informatie wordt steeds groter en de ruiter/menner steeds kritischer.  Echter het is ook “not exactly rocket science”. Met andere woorden, het lijkt mij logisch dat bitten goed moeten passen en dat de ruiterhanden daar met respect mee om moeten gaan. Waarom zou je met veel druk en rompslomp als strakke neusriemen rijden als dit ook weer op twee pinken mogelijk is?

Ik hoop dat mijn tweede blog goed is bevallen en voor alle geïnteresseerden geef ik hieronder nog enkele bronnen die zeker de moeite waard zijn, let wel, ze zijn allen wetenschappelijk Engels geschreven.

  1. Bennett, Dwight G. 2001. “Bits and Bitting : Form and Function.” Thinking 47: 130–37. http://www.damascusequine.com/resources/anoverviewofbitsandbitting.pdf.
  2. Casey, Vincent, Paul D. McGreevy, Eoghan O’Muiris, and Orla Doherty. 2013. “A Preliminary Report on Estimating the Pressures Exerted by a Crank Noseband in the Horse.” Journal of Veterinary Behavior: Clinical Applications and Research 8(6): 479–84. http://dx.doi.org/10.1016/j.jveb.2013.06.003.
  3. Engelke, E., and H. Gasse. 2010. “An Anatomical Study of the Rostral Part of the Equine Oral Cavity with Respect to Position and Size of a Snaffle Bit.” Equine Veterinary Education 15(3): 158–63. http://doi.wiley.com/10.1111/j.2042-3292.2003.tb00235.x.
  4. Fenner, Kate et al. 2016. “The Effect of Noseband Tightening on Horses’ Behavior, Eye Temperature, and Cardiac Responses.” PLOS ONE 11(5): 1–20. http://journals.plos.org/plosone/article?id=10.1371/journal.pone.0154179.
  5. Manfredi, Jane M et al. 2010. “Fluoroscopic Study of Oral Behaviours in Response to the Presence of a Bit and the Effects of Rein Tension.” Comparative Exercise Physiology 6(4): 143–48. http://www.journals.cambridge.org/abstract_S1755254010000036 (April 8, 2014).

 

Dit bericht is geplaatst in Nieuwsberichten. Bookmark de permalink.